| Linnartz in Delft Integraal 2002-6 | Linnartz-home |

 Delft Integraal 2002-6
Meer wetenschapsnieuws van de TU Delft
Colofon
DI-Archief

MEESTERWERK

In de serie MEESTERWERK beantwoorden een hoogleraar en een voormalige student ofpromovendius (gedeeltelijk) dezelfde vragen.





MEESTER

Welke herinnering bewaart u aan Jean-Paul Linnartz?
Ik leerde hem kennen toen ik hoogleraar draadloze communicatie was aan de TU Eindhoven, van 1980 tot 1986. Hij viel op als de nieuwsgierige student en Limburger die tijdens drukbezochte derdejaarscolleges aan de TU Eindhoven niet te beroerd was mij stevig te bevragen. En dat betrof wezenlijke kwesties, geen verzoeken om verduidelijking.

Wat heeft hij voor u betekend?
Tijdens zijn afstudeerwerk in Eindhoven wist hij mijn eerdere studies van mobiele datacommunicatie in matige omstandigheden te verdiepen en uit te werken. Al tijdens zijn militaire dienst bij tno werd hij in Delft mijn eerste promovendus. En na Berkeley keerde hij in mijn groep terug als universitair hoofddocent.

Waardoor onderscheidde hij zich?
Door zijn veelzijdige technische én maatschappelijke belangstelling. Hij werkte bijvoorbeeld als student voor de lokale omroep en stond later aan de wieg van een efficiëntere verdeling van FM-frequenties in Nederland.

Hoe karakteriseert u hem?
Analytisch sterk, maar ook met een hunkering naar synthese, tot in het artistieke toe.

Wat is uw definitie van een goede leermeester-leerlingverhouding?
Dat beiden ervan leren.


LEERLING

Welke herinnering bewaart u aan Jens Arnbak?
Hij kan trefzeker verbanden leggen tussen technische kwesties en actuele, maatschappelijke
ontwikkelingen.

Wat heeft hij voor u betekend?
Hij heeft aan de basis gestaan van onderzoek naar de prestaties van radio-communicatie-systemen en mij in dat vakgebied ingewerkt.

Waardoor onderscheidde hij zich?
Hij is uniek in het bedenken van een nieuwe aanpak om grip te krijgen op problemen. Legt verbanden met hele andere vakgebieden. Is uitmuntend in het verwoorden van zijn gedachten.

Hoe karakteriseert u hem?
Gedreven, nauwgezet, brede kijk.

Wat is uw definitie van een goede leermeester-leerlingverhouding?
De balans weten te vinden tussen aan de lijn houden en loslaten.




Wat heeft ooit het meeste indruk op u gemaakt?
Arnbak: De geboorte van de kinderen. Dat gaat je voorstellingsvermogen te boven.
Linnartz: De beklimming van de Etna. Je hoort, ruikt en ziet de werkende vulkaan. Je hebt contact met het binnenste van de aarde, die opeens niet meer zo lieflijk lijkt.

Welke vinding had u graag zelf gedaan willen hebben?
Arnbak: De quantumcomputer, omdat die heel anders en zo efficiënter rekent.
Linnartz: Het wiel: elegant, innovatief, eenvoudig uit te leggen. Alleen kwam het te vroeg om een patent te gelde kunnen maken.

Wat beschouwt u als de meest overbodige vondst?
Arnbak: De wegwerpbarbecue. In de natuur bouw je toch zelf een vuurtje? In de tuin gebruik je toch dezelfde barbecueset?
Linnartz: De hype rond ‘ringtones’. Die zijn voor mij overbodiger dan de integratie van scheerapparaat en mobiele telefoon.

Werkt u bij een topuniversiteit?
Arnbak: In Delft zegt men van wel.
Linnartz: Nee, maar het Nat.Lab. heeft internationaal een enorme reputatie. Philips beheerst standaarden voor de optische disc. Dat geeft je de mogelijkheid om grote impact te hebben met je werk.

Wat heeft u van uw studenten geleerd?
Arnbak: Vlotter Nederlands spreken.
Linnartz: Je leert de patronen herkennen in de menselijke ontwikkeling. Dat is nuttig als coach, maar ook voor je eigen ontwikkeling.

Welke eigenschappen waardeert u in een student?
Arnbak: Durf en doorzettingsvermogen.
Linnartz: Durven vragen en doorvragen. Niet bang zijn voor domme vragen. Helder kunnen uitleggen wat het probleem is.

Wat moeten studenten in iedergeval weten van uw vakgebied?
Arnbak: Dat het zéér breed is. Je moet bijna een homo universalis zijn.
Linnartz: De communicatietheorie van Claude Shannon. Die is zó elegant, en uiterst behulpzaam bij het ontwikkelen van een gezonde intuïtie.

Wat is uw favoriete tijdschrift, krant en boek?
Arnbak: The Economist, NRC Handelsblad en Dr. Faustus van Thomas Mann.
Linnartz: Ik lees de Volkskrant. Ik las ooit veel van Hubert Lampo, magisch-realisme, maar nu houd ik het bij strips van Calvin & Hobbes. De eigen fantasiewereld van een zesjarig jochie, soms verwoord met pseudo-citaten van Shakespeare, soms met expressies waarbij een reclame-scriptwriter zijn vinger zou aflikken.

Hoeveel tijd besteedt u aan het beantwoorden van e-mails en welke website bekijkt u het vaakst?
Arnbak: Eén à twee uur per dag (ik krijg er 50 tot 100).

Welke website hangt af van wat ik zoek.
Linnartz: Zo’n anderhalf uur per dag; websites met consumententests.

Welk boek ligt op dit ogenblik op uw nachtkastje?
Arnbak: Een dikke studie, in het Deens, over het fundamentele verschil tussen de sterke Achilleus in de Ilias en de «intellectuele» Odysseus in de Odyssee.
Linnartz: Een Dilbert-strip. Leuke tegenpool naast managementcursussen.

Wat is voor u de boeiendste film?
Arnbak: Het oeuvre van Charlie Chaplin. Hij heeft heel vroeg alle facetten van het moderne leven in de 20ste eeuw doorgrond.
Linnartz: Ware het niet dat ik Jens Arnbak ooit tegenkwam bij ‘Rain Man’, dan zou ik volhouden dat ik nooit naar de film ga.

Welke CD heeft u laatst aangeschaft?
Arnbak: Mozart’s onbekende opera: Der Stein der Weisen.
Linnartz: De filmmuziek van Lord of the Ring.

Voor welk tv-programma blijft u thuis?
Arnbak: Buitenhof, omdat het net iets meer reflectie biedt.
Linnartz: Documentaires van Discovery Channel over de natuur of de historie.

En wat mag van u van de buis verdwijnen?
Arnbak: Alle commercials en quizzen. Ze zeggen me niets.
Linnartz: Voetbalprogramma’s. Ik vind die al zeker geen taak van de publieke omroep.

Wat is uw favoriete menu?
Arnbak: Zelfgevangen forel, gestoofd op een houtvuur in bladeren van zuring.
Linnartz: Sushi of een authentieke Thai. Daar pas ik op reis mijn agenda nog wel eens voor aan.

Wat neemt u in elk geval mee op reis?
Arnbak: Kompas en kaart.
Linnartz: Vruchtenyoghurtjes. Zodra ze opraken, weet ik dat ik ver genoeg uit de bewoonde wereld ben.

Heeft u nog met Meccano gespeeld?
Arnbak: Ja, mijn vader had een grote houten kist vol Meccano. Ik heb veel met hem gemaakt en helaas ook zoekgemaakt.
Linnartz: Nee, wel met Lego. Door Lego ben ik enthousiast geworden voor techniek.

Op welke van uw ouders lijkt u het meest?
Arnbak: Ik heb van allebei iets. Van mijn moeder, een dichteres, extraverte artistieke neigingen, van mijn vader, een ingenieur, ingetogenheid.
Linnartz: Mijn vader. Hij analyseerde als beeldend kunstenaar insecten, koeien en landschappen, zoals ik nu technische systemen analyseer, en doe daar net als hij iets creatiefs mee.

Bent u een goede (huis)vader?
Arnbak: Ik zou het niet durven beweren.
Linnartz: ’t Kan vast beter, al geloof ik niet dat ik ’t slecht doe.

Bent u een goede kok?
Arnbak: Niet echt. Ik heb te weinig culinaire durf en te veel discipline, terwijl het op improvisatie aankomt.
Linnartz: Soms, als ik er de tijd voor neem.

Waar komt u niet graag?
Arnbak: Op recepties. Vanwege mijn lichte doofheid én mijn afkeer van small talk.
Linnartz: Kledingzaken. Ik word er ontzettend moe van als ik niet vind wat ik zoek.

Wie ontmoet u liever niet en waarom niet?
Arnbak: Dictators. Je kunt er niet mee van gedachten wisselen.
Linnartz: Mensen met sterke, ongenuanceerde meningen en mensen die in detail eindeloos kunnen uitwijden over niets.

Welke ruimte in uw woning mijdt u?
Arnbak: Tijdelijk de kamer van mijn jongste zoon. Hij is er niet; hij zit in het buitenland.
Linnartz: Het bezemhok. Ik heb een hekel aan vegen en stofzuigen.

Waar heeft u spijt van?
Arnbak: Dat ik vaak te weinig aandacht heb gegeven aan allerlei mensen.
Linnartz: Van al die keren dat ik te serieus was.

Wat is het meest illegale dat u ooit heeft gedaan?
Arnbak: Door het rode licht rijden op het grootste kruispunt in Kopenhagen, net toen ik mijn aanstaande vrouw had opgehaald op het CS.
Linnartz: Ik heb als student jarenlang radioprogramma’s gemaakt voor een commerciële piraat in België.

Welk land zou u als reisdoel afraden?
Arnbak: Utopia. Omdat dat ‘nergensland’ betekent. Het bestaat niet, maar wordt toch als doel afgeschilderd.
Linnartz: Israël. Te onveilig door de zelfmoordaanslagen.

Welke baan ambieert u niet?
Arnbak: Een politiek ambt. Omdat je dan soms compromissen moet sluiten, die gewoon deals zijn.
Linnartz: Een management-baan waarin je mensen inhoudelijk niet kunt motiveren, zoals in het leger.

Wat irriteert u in mannen en vrouwen?
Arnbak: In mannen het gewichtig doen, in vrouwen het zichzelf uitvlakken.
Linnartz: In mannen zowel als vrouwen: hun hanig en opdringerig gedrag.

Welk maatschappelijk debat mag van u nu eens losbreken?
Arnbak: Over het lager en middelbaar onderwijs. Er wordt volstrekt niet gediscussieerd over het gezamenlijke doel ervan, over waar dat onderwijs in de toekomst heen moet. En worden de leraren wel goed betaald, zijn er wel genoeg van? Als het met dit onderwijs al niet goed gaat, gaat het niet goed met de universiteit of met Nederland. We moeten niet alleen aan de oude dag, ook aan de jonge dag denken.
Linnartz: Over de toenemende druk om in het werk tot hogere efficiëntie te komen. Een steeds groter gedeelte van de beroepsbevolking haakt daardoor af, waardoor Nederland minder efficiënt wordt.

Hoe kijkt u nú terug op die stormachtige maanden dat de LPF de Haagse kartelpolitiek ontregelde? Is Nederland een ander land geworden of zal straks alles bij het oude blijken te blijven?
Arnbak: Ik vermoed dat politiek en openbaar bestuur zich, overigens net als de technologie, door elke plotselinge, grote crisis sneller gaan veranderen. Zo ook hier.
Linnartz: Al met al geeft het aan hoe betrekkelijk onze poldercultuur en tolerantie zijn. Met iemand die buiten de alom geaccepteerde bandbreedte stapt, kan Nederland slecht omgaan. Misschien groeien we daar verder in.

De internationale troepenmacht opereert nog steeds in betrekkelijke stilte in Afghanistan. Verheugt u dat of verveelt de klopjacht op Bin Laden u inmiddels?
Arnbak: De kernvraag voor mij is hier hoe je de zelfbeschikking van een verscheurd land het best kunt herstellen. Ik weet dat echt niet.
Linnartz: Politiek heeft de neiging onderwerpen aan te pakken zolang ze bij de kiezer actueel zijn. Een gedegen ‘follow up’ mis ik juist bij zoveel andere zaken.

Een vredesakkoord tussen Israel en de Palestijnse Autoriteit lijkt onmogelijker dan ooit. Moet er, om zelfmoordaanslagen te voorkomen, maar een groot hek worden geplaatst om de Palestijnse gebieden?
Arnbak: Denk aan Berlijn, Korea, Noord-Ierland en Cyprus. Muren of hekken zijn nergens duurzame oplossingen voor politieke tegenstellingen.
Linnartz: Een geforceerde afkoelingsperiode lijkt nu het enige zinvolle voor beide kampen. Op langere termijn is toenadering toch de enige oplossing.

Wat gebeurt er met de geschreven brief en het boek bij alle overvloed van elektronische media?
Arnbak: Die blijven bestaan, want originelen hebben altijd meer waarde dan kopieën.
Linnartz: De brief houdt een rol – voor persoonlijke, weloverwogen boodschappen, voor het condenseren van gedachten. Even iets meedelen is al overgenomen door e-mails of een multimedia variant van SMS. Ook het boek blijft – om te koesteren, als je serieus wilt studeren en als echt iets tot je wilt nemen.

Wat is het grootste winstpunt van de telecommunicatie voor de samenleving?
Arnbak: De versterking van de gezamenlijke infrastructuur - netwerken erbij.
Linnartz: Informatie wordt sneller en efficiënter uitgewisseld en de toegang tot muziek en video is vergemakkelijkt.

Van welke telecommunicatie-uitvinding droomt u?
Arnbak: Ik droom nooit over telecommunicatie.
Linnartz: Telecommunicatie waarin je geen kastjes ziet. Je omgeving – je huis, auto of hotelkamer – neemt de functies van die kastjes over en regelt wat je wanneer hoe wilt zien of horen. Kortom, een intelligente omgeving, gericht op de mens, in plaats van de mens die zich tot de techniek bekeert.

Is i-mode een doorbraak of een dode mus?
Arnbak: Dat weet ik niet. Ik heb geen verstand van marketing voor de massa’s.
Linnartz: Technisch gezien is i-mode een kleine stap voorwaarts op weg naar iets beters. Het is niet de grote doorbraak. Het schermpje blijft klein.

Waarin verschilt regelgeving voor elektronisch dataverkeer van die voor de papieren variant?
Arnbak: De bescherming van elektronische communicatie is doorgaans minder. We hebben bijvoorbeeld een streng briefgeheim, maar het e-mailgeheim is niet zo groot.
Linnartz: Copyright en privacy zijn bij de elektronische variant weliswaar zeer actueel, maar nog onvoldoende begrepen. De wetgeving loopt achter de techniek aan, maar de techniek is nog niet stabiel genoeg.

Brengt telecommunicatie werelden dichterbij elkaar of juist niet?
Arnbak: Dat hangt helemaal van de gebruikers af. Je kunt aanzetten tot haat, maar ook voorlichten of begrip kweken.
Linnartz: Telecommunicatie brengt wat heel ver weg is dichterbij, maar overbrugt veel intermenselijke afstanden niet. Daar ligt nog een hele uitdaging. Digitale communities halen het niet bij ‘in de kroeg kletsen’.

Wat betekent de opkomst van de nanotechnologie voor uw vakgebied?
Arnbak: Nanotechnolologie biedt in beginsel de mogelijkheid om telecommunicatiesignalen direct uit lichaamscellen te halen of erin te brengen. Dat roept grote ethische vragen op.
Linnartz: Het is één van de essentiële factoren die kunnen helpen om tot zo’n intelligente omgeving te komen.

Hoe ziet uw vakgebied eruit in 2050?
Arnbak: De enige manier om intellectueel over de toekomst te praten is in uiteenlopende scenario’s. Ik heb niet één scenario.
Linnartz: Dan is dit vakgebied hopelijk grotendeels uitgemolken. Dan is de levenscyclus ervan voorbij.

Welke uitvinding gaat een doorbraak betekenen?
Arnbak: De quantumcomputer.
Linnartz: De quantumcomputer heeft die potentie.

Wat heeft u zélf op uw vakgebied betekend?
Arnbak: Weinig. Brede systeemingenieurs betekenen individueel minder dan smalle specialisten, maar als collectief weer iets meer.
Linnartz: Ik heb multicarrier CDMA in de wereld gezet en een rol gespeeld bij het volwassen maken van elektronische waterwerken.

Is wetenschap ook cultuur?
Arnbak: Ja, zij het met een kleine c.
Linnartz: Ja. Cultuur gaat over hoe mensen samenleven en wetenschap is daarin sturend.

Waarom bespelen bèta’s vaak een muziekinstrument?
Arnbak: Omdat zij van structuur en wiskundige patronen houden.
Linnartz: Omdat kunst en wetenschap dicht bij elkaar liggen.

Zijn bèta’s, zoals wordt beweerd, sociaal gehandicapt?
Arnbak: Het is omgekeerd. Sociaal gehandicapten kunnen zich beter waarmaken in de bètawetenschappen.
Linnartz: Nee, hooguit duurt het iets langer voordat ze sociaal volwassen worden.

Prefereert u onderwijs of onderzoek?
Arnbak: Onderzoek als ik tijd voor dwalingen heb, onderwijs als ik mij nuttig wil voelen.
Linnartz: Onderzoek, maar daar hoort ook het overdragen van inzichten bij.

Wat is uw beeld van Utopia?
Arnbak: Ik kan zo ver niet zien.
Linnartz: Een omgeving waar lichaam, verstand en gevoel in harmonie zijn.

Wie was uw man of vrouw van de vorige eeuw?
Arnbak: Toch weer Charlie Chaplin. Hij heeft in zijn films alle grote gebeurtenissen van de 20ste eeuw gevangen - met
clowneske compassie.
Linnartz: Bill Gates, omdat hij symbool is voor veel van de positieve en negatieve ontwikkelingen die karakteristiek zijn voor de 20ste eeuw.

Wat is de invloed van úw werk op het maatschappelijk leven?
Arnbak: Zowel op de TU als bij de OPTA: meer keuze teweegbrengen voor de mensen.
Linnartz: Kennis, kunst en entertainment krijgen in onze wereld een steeds grotere invloed, en daarin spelen copyright en privacy een sleutelrol. Daar werken wij aan.

Welke gebeurtenis zou u willen terugdraaien?
Arnbak: Wij kunnen de geschiedenis niet veranderen; alleen onze opvattingen erover.
Linnartz: De frequentie-veilingen. Die leidden bijna tot de dood van de Europese telecommunicatie-industrie. Ik billijk dat frequenties economische waarde hebben, maar het is door onervarenheid uit de hand gelopen.

Wat heeft u vakmatig niet zien aankomen?
Arnbak: De krankzinnige biedingen op de veilingen van mobiele frequenties (UMTS).
Linnartz: Dat het aantal mobiele aansluitingen het aantal vaste telefoonaansluitingen zó stormachtig zou overstijgen.

In hoeverre wijkt uw carrière af van wat u had willen worden?
Arnbak: In elk opzicht. Ik woon nu in een ander land, en beoefen een ander vakgebied dan het oorspronkelijk: natuurkundig ingenieur.
Linnartz: Ik heb heel lang de stap naar het bedrijfsleven niet zien aankomen.

In welk geval neemt u ontslag?
Arnbak: Bij gebrek aan vertrouwen in mij.
Linnartz: Als ik niets meer kan met mijn inzichten.

Welke vraag is hier gelukkig niet gesteld?
Arnbak: Een vraag over het geloof.
Linnartz: Wat ik na deze functie ga doen.

Een reis naar Utopia zou ik afraden.


Technisch gezien is i-mode een kleine stap voorwaarts.


Arnbak: ‘Die krankzinnige biedingen op de veilingen van mobiele frequenties (UMTS) heb ik niet zien aankomen.’


Linnartz: ‘De beklimming van de Etna heeft op mij de meeste indruk gemaakt. Je hoort, ruikt en ziet een werkende vulkaan.’