|
MEESTER
Welke herinnering bewaart u
aan Jean-Paul Linnartz? Ik leerde hem kennen toen ik
hoogleraar draadloze communicatie was aan de TU Eindhoven, van
1980 tot 1986. Hij viel op als de nieuwsgierige student en
Limburger die tijdens drukbezochte derdejaarscolleges aan de
TU Eindhoven niet te beroerd was mij stevig te bevragen. En
dat betrof wezenlijke kwesties, geen verzoeken om
verduidelijking.
Wat heeft hij voor u betekend?
Tijdens zijn afstudeerwerk in Eindhoven wist hij mijn
eerdere studies van mobiele datacommunicatie in matige
omstandigheden te verdiepen en uit te werken. Al tijdens zijn
militaire dienst bij tno werd hij in Delft mijn eerste
promovendus. En na Berkeley keerde hij in mijn groep terug als
universitair hoofddocent.
Waardoor onderscheidde
hij zich? Door zijn veelzijdige technische én
maatschappelijke belangstelling. Hij werkte bijvoorbeeld als
student voor de lokale omroep en stond later aan de wieg van
een efficiëntere verdeling van FM-frequenties in
Nederland.
Hoe karakteriseert u hem?
Analytisch sterk, maar ook met een hunkering naar
synthese, tot in het artistieke toe.
Wat is uw
definitie van een goede leermeester-leerlingverhouding?
Dat beiden ervan
leren.
LEERLING
Welke herinnering bewaart
u aan Jens Arnbak? Hij kan trefzeker verbanden leggen
tussen technische kwesties en actuele, maatschappelijke
ontwikkelingen.
Wat heeft hij voor u betekend?
Hij heeft aan de basis gestaan van onderzoek naar de
prestaties van radio-communicatie-systemen en mij in dat
vakgebied ingewerkt.
Waardoor onderscheidde hij
zich? Hij is uniek in het bedenken van een nieuwe
aanpak om grip te krijgen op problemen. Legt verbanden met
hele andere vakgebieden. Is uitmuntend in het verwoorden van
zijn gedachten.
Hoe karakteriseert u hem?
Gedreven, nauwgezet, brede kijk.
Wat is uw
definitie van een goede leermeester-leerlingverhouding?
De balans weten te vinden tussen aan de lijn houden en
loslaten.
Wat heeft ooit het meeste
indruk op u gemaakt? Arnbak: De geboorte van de
kinderen. Dat gaat je voorstellingsvermogen te
boven. Linnartz: De beklimming van de Etna. Je hoort, ruikt
en ziet de werkende vulkaan. Je hebt contact met het binnenste
van de aarde, die opeens niet meer zo lieflijk
lijkt.
Welke vinding had u graag zelf gedaan willen
hebben? Arnbak: De quantumcomputer, omdat die heel
anders en zo efficiënter rekent. Linnartz: Het wiel:
elegant, innovatief, eenvoudig uit te leggen. Alleen kwam het
te vroeg om een patent te gelde kunnen maken.
Wat
beschouwt u als de meest overbodige vondst? Arnbak: De
wegwerpbarbecue. In de natuur bouw je toch zelf een vuurtje?
In de tuin gebruik je toch dezelfde barbecueset? Linnartz:
De hype rond ‘ringtones’. Die zijn voor mij overbodiger dan de
integratie van scheerapparaat en mobiele
telefoon.
Werkt u bij een topuniversiteit?
Arnbak: In Delft zegt men van wel. Linnartz: Nee,
maar het Nat.Lab. heeft internationaal een enorme reputatie.
Philips beheerst standaarden voor de optische disc. Dat geeft
je de mogelijkheid om grote impact te hebben met je
werk.
Wat heeft u van uw studenten geleerd?
Arnbak: Vlotter Nederlands spreken. Linnartz: Je
leert de patronen herkennen in de menselijke ontwikkeling. Dat
is nuttig als coach, maar ook voor je eigen
ontwikkeling.
Welke eigenschappen waardeert u in een
student? Arnbak: Durf en
doorzettingsvermogen. Linnartz: Durven vragen en
doorvragen. Niet bang zijn voor domme vragen. Helder kunnen
uitleggen wat het probleem is.
Wat moeten studenten
in iedergeval weten van uw vakgebied? Arnbak: Dat het
zéér breed is. Je moet bijna een homo universalis
zijn. Linnartz: De communicatietheorie van Claude Shannon.
Die is zó elegant, en uiterst behulpzaam bij het ontwikkelen
van een gezonde intuïtie.
Wat is uw favoriete
tijdschrift, krant en boek? Arnbak: The Economist, NRC
Handelsblad en Dr. Faustus van Thomas Mann. Linnartz: Ik
lees de Volkskrant. Ik las ooit veel van Hubert Lampo,
magisch-realisme, maar nu houd ik het bij strips van Calvin
& Hobbes. De eigen fantasiewereld van een zesjarig jochie,
soms verwoord met pseudo-citaten van Shakespeare, soms met
expressies waarbij een reclame-scriptwriter zijn vinger zou
aflikken.
Hoeveel tijd besteedt u aan het
beantwoorden van e-mails en welke website bekijkt u het
vaakst? Arnbak: Eén à twee uur per dag (ik krijg er 50
tot 100).
Welke website hangt af van wat ik zoek.
Linnartz: Zo’n anderhalf uur per dag; websites met
consumententests.
Welk boek ligt op dit ogenblik op
uw nachtkastje? Arnbak: Een dikke studie, in het
Deens, over het fundamentele verschil tussen de sterke
Achilleus in de Ilias en de «intellectuele» Odysseus in de
Odyssee. Linnartz: Een Dilbert-strip. Leuke tegenpool naast
managementcursussen.
Wat is voor u de boeiendste
film? Arnbak: Het oeuvre van Charlie Chaplin. Hij
heeft heel vroeg alle facetten van het moderne leven in de
20ste eeuw doorgrond. Linnartz: Ware het niet dat ik Jens
Arnbak ooit tegenkwam bij ‘Rain Man’, dan zou ik volhouden dat
ik nooit naar de film ga.
Welke CD heeft u laatst
aangeschaft? Arnbak: Mozart’s onbekende opera: Der
Stein der Weisen. Linnartz: De filmmuziek van Lord of the
Ring.
Voor welk tv-programma blijft u thuis?
Arnbak: Buitenhof, omdat het net iets meer reflectie
biedt. Linnartz: Documentaires van Discovery Channel over
de natuur of de historie.
En wat mag van u van de
buis verdwijnen? Arnbak: Alle commercials en quizzen.
Ze zeggen me niets. Linnartz: Voetbalprogramma’s. Ik vind
die al zeker geen taak van de publieke omroep.
Wat
is uw favoriete menu? Arnbak: Zelfgevangen forel,
gestoofd op een houtvuur in bladeren van zuring. Linnartz:
Sushi of een authentieke Thai. Daar pas ik op reis mijn agenda
nog wel eens voor aan.
Wat neemt u in elk geval mee
op reis? Arnbak: Kompas en kaart. Linnartz:
Vruchtenyoghurtjes. Zodra ze opraken, weet ik dat ik ver
genoeg uit de bewoonde wereld ben.
Heeft u nog met
Meccano gespeeld? Arnbak: Ja, mijn vader had een grote
houten kist vol Meccano. Ik heb veel met hem gemaakt en helaas
ook zoekgemaakt. Linnartz: Nee, wel met Lego. Door Lego ben
ik enthousiast geworden voor techniek.
Op welke van
uw ouders lijkt u het meest? Arnbak: Ik heb van
allebei iets. Van mijn moeder, een dichteres, extraverte
artistieke neigingen, van mijn vader, een ingenieur,
ingetogenheid. Linnartz: Mijn vader. Hij analyseerde als
beeldend kunstenaar insecten, koeien en landschappen, zoals ik
nu technische systemen analyseer, en doe daar net als hij iets
creatiefs mee.
Bent u een goede (huis)vader?
Arnbak: Ik zou het niet durven beweren. Linnartz:
’t Kan vast beter, al geloof ik niet dat ik ’t slecht
doe.
Bent u een goede kok? Arnbak: Niet
echt. Ik heb te weinig culinaire durf en te veel discipline,
terwijl het op improvisatie aankomt. Linnartz: Soms, als
ik er de tijd voor neem.
Waar komt u niet graag?
Arnbak: Op recepties. Vanwege mijn lichte doofheid én
mijn afkeer van small talk. Linnartz: Kledingzaken. Ik
word er ontzettend moe van als ik niet vind wat ik
zoek.
Wie ontmoet u liever niet en waarom niet?
Arnbak: Dictators. Je kunt er niet mee van gedachten
wisselen. Linnartz: Mensen met sterke, ongenuanceerde
meningen en mensen die in detail eindeloos kunnen uitwijden
over niets.
Welke ruimte in uw woning mijdt u?
Arnbak: Tijdelijk de kamer van mijn jongste zoon. Hij
is er niet; hij zit in het buitenland. Linnartz: Het
bezemhok. Ik heb een hekel aan vegen en
stofzuigen.
Waar heeft u spijt van? Arnbak:
Dat ik vaak te weinig aandacht heb gegeven aan allerlei
mensen. Linnartz: Van al die keren dat ik te serieus
was.
Wat is het meest illegale dat u ooit heeft
gedaan? Arnbak: Door het rode licht rijden op het
grootste kruispunt in Kopenhagen, net toen ik mijn aanstaande
vrouw had opgehaald op het CS. Linnartz: Ik heb als student
jarenlang radioprogramma’s gemaakt voor een commerciële piraat
in België.
Welk land zou u als reisdoel afraden?
Arnbak: Utopia. Omdat dat ‘nergensland’ betekent. Het
bestaat niet, maar wordt toch als doel
afgeschilderd. Linnartz: Israël. Te onveilig door de
zelfmoordaanslagen.
Welke baan ambieert u niet?
Arnbak: Een politiek ambt. Omdat je dan soms
compromissen moet sluiten, die gewoon deals zijn. Linnartz:
Een management-baan waarin je mensen inhoudelijk niet kunt
motiveren, zoals in het leger.
Wat irriteert u in
mannen en vrouwen? Arnbak: In mannen het gewichtig
doen, in vrouwen het zichzelf uitvlakken. Linnartz: In
mannen zowel als vrouwen: hun hanig en opdringerig
gedrag.
Welk maatschappelijk debat mag van u nu eens
losbreken? Arnbak: Over het lager en middelbaar
onderwijs. Er wordt volstrekt niet gediscussieerd over het
gezamenlijke doel ervan, over waar dat onderwijs in de
toekomst heen moet. En worden de leraren wel goed betaald,
zijn er wel genoeg van? Als het met dit onderwijs al niet goed
gaat, gaat het niet goed met de universiteit of met Nederland.
We moeten niet alleen aan de oude dag, ook aan de jonge dag
denken. Linnartz: Over de toenemende druk om in het werk
tot hogere efficiëntie te komen. Een steeds groter gedeelte
van de beroepsbevolking haakt daardoor af, waardoor Nederland
minder efficiënt wordt.
Hoe kijkt u nú terug op die
stormachtige maanden dat de LPF de Haagse kartelpolitiek
ontregelde? Is Nederland een ander land geworden of zal straks
alles bij het oude blijken te blijven? Arnbak: Ik
vermoed dat politiek en openbaar bestuur zich, overigens net
als de technologie, door elke plotselinge, grote crisis
sneller gaan veranderen. Zo ook hier. Linnartz: Al met al
geeft het aan hoe betrekkelijk onze poldercultuur en
tolerantie zijn. Met iemand die buiten de alom geaccepteerde
bandbreedte stapt, kan Nederland slecht omgaan. Misschien
groeien we daar verder in.
De internationale
troepenmacht opereert nog steeds in betrekkelijke stilte in
Afghanistan. Verheugt u dat of verveelt de klopjacht op Bin
Laden u inmiddels? Arnbak: De kernvraag voor mij is
hier hoe je de zelfbeschikking van een verscheurd land het
best kunt herstellen. Ik weet dat echt niet. Linnartz:
Politiek heeft de neiging onderwerpen aan te pakken zolang ze
bij de kiezer actueel zijn. Een gedegen ‘follow up’ mis ik
juist bij zoveel andere zaken.
Een vredesakkoord
tussen Israel en de Palestijnse Autoriteit lijkt onmogelijker
dan ooit. Moet er, om zelfmoordaanslagen te voorkomen, maar
een groot hek worden geplaatst om de Palestijnse gebieden?
Arnbak: Denk aan Berlijn, Korea, Noord-Ierland en
Cyprus. Muren of hekken zijn nergens duurzame oplossingen voor
politieke tegenstellingen. Linnartz: Een geforceerde
afkoelingsperiode lijkt nu het enige zinvolle voor beide
kampen. Op langere termijn is toenadering toch de enige
oplossing.
Wat gebeurt er met de geschreven brief en
het boek bij alle overvloed van elektronische media?
Arnbak: Die blijven bestaan, want originelen hebben
altijd meer waarde dan kopieën. Linnartz: De brief houdt
een rol – voor persoonlijke, weloverwogen boodschappen, voor
het condenseren van gedachten. Even iets meedelen is al
overgenomen door e-mails of een multimedia variant van SMS.
Ook het boek blijft – om te koesteren, als je serieus wilt
studeren en als echt iets tot je wilt nemen.
Wat is
het grootste winstpunt van de telecommunicatie voor de
samenleving? Arnbak: De versterking van de
gezamenlijke infrastructuur - netwerken erbij. Linnartz:
Informatie wordt sneller en efficiënter uitgewisseld en de
toegang tot muziek en video is vergemakkelijkt.
Van
welke telecommunicatie-uitvinding droomt u? Arnbak: Ik
droom nooit over telecommunicatie. Linnartz:
Telecommunicatie waarin je geen kastjes ziet. Je omgeving – je
huis, auto of hotelkamer – neemt de functies van die kastjes
over en regelt wat je wanneer hoe wilt zien of horen. Kortom,
een intelligente omgeving, gericht op de mens, in plaats van
de mens die zich tot de techniek bekeert.
Is i-mode
een doorbraak of een dode mus? Arnbak: Dat weet ik
niet. Ik heb geen verstand van marketing voor de
massa’s. Linnartz: Technisch gezien is i-mode een kleine
stap voorwaarts op weg naar iets beters. Het is niet de grote
doorbraak. Het schermpje blijft klein.
Waarin
verschilt regelgeving voor elektronisch dataverkeer van die
voor de papieren variant? Arnbak: De bescherming van
elektronische communicatie is doorgaans minder. We hebben
bijvoorbeeld een streng briefgeheim, maar het e-mailgeheim is
niet zo groot. Linnartz: Copyright en privacy zijn bij de
elektronische variant weliswaar zeer actueel, maar nog
onvoldoende begrepen. De wetgeving loopt achter de techniek
aan, maar de techniek is nog niet stabiel
genoeg.
Brengt telecommunicatie werelden dichterbij
elkaar of juist niet? Arnbak: Dat hangt helemaal van
de gebruikers af. Je kunt aanzetten tot haat, maar ook
voorlichten of begrip kweken. Linnartz: Telecommunicatie
brengt wat heel ver weg is dichterbij, maar overbrugt veel
intermenselijke afstanden niet. Daar ligt nog een hele
uitdaging. Digitale communities halen het niet bij ‘in de
kroeg kletsen’.
Wat betekent de opkomst van de
nanotechnologie voor uw vakgebied? Arnbak:
Nanotechnolologie biedt in beginsel de mogelijkheid om
telecommunicatiesignalen direct uit lichaamscellen te halen of
erin te brengen. Dat roept grote ethische vragen
op. Linnartz: Het is één van de essentiële factoren die
kunnen helpen om tot zo’n intelligente omgeving te
komen.
Hoe ziet uw vakgebied eruit in 2050?
Arnbak: De enige manier om intellectueel over de
toekomst te praten is in uiteenlopende scenario’s. Ik heb niet
één scenario. Linnartz: Dan is dit vakgebied hopelijk
grotendeels uitgemolken. Dan is de levenscyclus ervan
voorbij.
Welke uitvinding gaat een doorbraak
betekenen? Arnbak: De quantumcomputer. Linnartz: De
quantumcomputer heeft die potentie.
Wat heeft u zélf
op uw vakgebied betekend? Arnbak: Weinig. Brede
systeemingenieurs betekenen individueel minder dan smalle
specialisten, maar als collectief weer iets meer. Linnartz:
Ik heb multicarrier CDMA in de wereld gezet en een rol
gespeeld bij het volwassen maken van elektronische
waterwerken.
Is wetenschap ook cultuur?
Arnbak: Ja, zij het met een kleine c. Linnartz: Ja.
Cultuur gaat over hoe mensen samenleven en wetenschap is
daarin sturend.
Waarom bespelen bèta’s vaak een
muziekinstrument? Arnbak: Omdat zij van structuur en
wiskundige patronen houden. Linnartz: Omdat kunst en
wetenschap dicht bij elkaar liggen.
Zijn bèta’s,
zoals wordt beweerd, sociaal gehandicapt? Arnbak: Het
is omgekeerd. Sociaal gehandicapten kunnen zich beter
waarmaken in de bètawetenschappen. Linnartz: Nee, hooguit
duurt het iets langer voordat ze sociaal volwassen
worden.
Prefereert u onderwijs of onderzoek?
Arnbak: Onderzoek als ik tijd voor dwalingen heb,
onderwijs als ik mij nuttig wil voelen. Linnartz:
Onderzoek, maar daar hoort ook het overdragen van inzichten
bij.
Wat is uw beeld van Utopia? Arnbak: Ik
kan zo ver niet zien. Linnartz: Een omgeving waar lichaam,
verstand en gevoel in harmonie zijn.
Wie was uw man
of vrouw van de vorige eeuw? Arnbak: Toch weer Charlie
Chaplin. Hij heeft in zijn films alle grote gebeurtenissen van
de 20ste eeuw gevangen - met clowneske
compassie. Linnartz: Bill Gates, omdat hij symbool is voor
veel van de positieve en negatieve ontwikkelingen die
karakteristiek zijn voor de 20ste eeuw.
Wat is de
invloed van úw werk op het maatschappelijk leven?
Arnbak: Zowel op de TU als bij de OPTA: meer keuze
teweegbrengen voor de mensen. Linnartz: Kennis, kunst en
entertainment krijgen in onze wereld een steeds grotere
invloed, en daarin spelen copyright en privacy een sleutelrol.
Daar werken wij aan.
Welke gebeurtenis zou u willen
terugdraaien? Arnbak: Wij kunnen de geschiedenis niet
veranderen; alleen onze opvattingen erover. Linnartz: De
frequentie-veilingen. Die leidden bijna tot de dood van de
Europese telecommunicatie-industrie. Ik billijk dat
frequenties economische waarde hebben, maar het is door
onervarenheid uit de hand gelopen.
Wat heeft u
vakmatig niet zien aankomen? Arnbak: De krankzinnige
biedingen op de veilingen van mobiele frequenties
(UMTS). Linnartz: Dat het aantal mobiele aansluitingen het
aantal vaste telefoonaansluitingen zó stormachtig zou
overstijgen.
In hoeverre wijkt uw carrière af van
wat u had willen worden? Arnbak: In elk opzicht. Ik
woon nu in een ander land, en beoefen een ander vakgebied dan
het oorspronkelijk: natuurkundig ingenieur. Linnartz: Ik
heb heel lang de stap naar het bedrijfsleven niet zien
aankomen.
In welk geval neemt u ontslag?
Arnbak: Bij gebrek aan vertrouwen in mij. Linnartz:
Als ik niets meer kan met mijn inzichten.
Welke
vraag is hier gelukkig niet gesteld? Arnbak: Een vraag
over het geloof. Linnartz: Wat ik na deze functie ga doen.
|
|
|
Een reis naar Utopia zou ik
afraden.
|
|
Technisch gezien is i-mode
een kleine stap voorwaarts.
|
|
Arnbak: ‘Die krankzinnige
biedingen op de veilingen van mobiele frequenties (UMTS)
heb ik niet zien aankomen.’
|
|
Linnartz: ‘De beklimming
van de Etna heeft op mij de meeste indruk gemaakt. Je
hoort, ruikt en ziet een werkende vulkaan.’
| |